Obese patiënten zijn eigenlijk ondervoed!
Lisbeth Mathus-Vliegen over de behandeling van obesitas
'Afvallen is een zaak van lange duur, veel geduld en af en toe een periode van terugval,' aldus prof. dr. Lisbeth Mathus. 'Zeg tegen de patiënten dat ze niet dik worden tussen kerst en Oud en Nieuw maar tussen Oud en Nieuw en kerst!' En over de eetgewoonten merkt ze op: 'Dikke mensen eten niet gezond. Ze eten veel, maar de hoeveelheid micronutriënten is onvoldoende.''Vier miljoen mensen met overgewicht staan voor u klaar. Maar we kunnen ze niet allemaal behandelen, want ze zijn met veel te veel', zegt maag-darm-leverarts prof. dr. Lisbeth Mathus-Vliegen (Academisch Medisch Centrum in Amsterdam). 'Daarom is risico-inschatting zo belangrijk.' Als twee of meer factoren (zoals familie-anamnese, roken, hypertensie, diabetes mellitus type 2) positief zijn, is behandeling nodig omdat de kans op comorbiditeit die aan overgewicht en obesitas is gerelateerd, toeneemt. Ook de taille-omvang (>94 cm bij mannen en >80 cm bij vrouwen) vraagt om actie.' Als de BMI hoger dan 40 is doet het er niet meer toe waar het vet zit. Dan heb je een zeer hoog risico op ziekten die verband houden met obesitas.' Mathus inventariseerde de groepen in Nederland die een verhoogde kans op obesitas hebben. Dat zijn onder andere zwangere vrouwen, mensen waarbij overgewicht of diabetes in de familie voorkomt, mensen met een lage sociaal economische status of lage opleiding, mensen waarbij de leefstijl ingrijpend verandert (bijvoorbeeld na pensionering) of die stoppen met roken of met sporten. 'Maar let ook goed op minderheidsgroepen zoals Turken, Marokkanen, Hindoestanen en Aziaten.'

Levensverwachting vijf tot zeven jaar korter
Waarom moet je obesitas behandelen, vroeg Mathus zich af. 'Met een hoog gewicht leef je minder lang. Na de leeftijd van veertig is de levensverwachting vijf tot zeven jaar korter.'
Ook de risico's bij overgewicht (BMI 25-30 kg/m2) zijn nog steeds behoorlijk, waarschuwde ze. 'Het risico op hart- en vaatziekten is toch anderhalf keer zo hoog als bij mensen zonder overgewicht. En ze hebben vier keer zoveel kans op diabetes mellitus. Ook met overgewicht moeten we iets, maar wat weten we niet goed.' Mensen moeten worden behandeld, maar wanneer is de vraag. 'Vooral wanneer ze goed gemotiveerd zijn.' Als patiënten mopperend als 'excuus' vertellen dat ze alle diëten al eens hebben geprobeerd, is de slagingskans
gering. Er zijn allerlei barrières die een succesvolle aanpak in de weg staan. Naast de dieethistorie noemde Lisbeth Mathus ook de psychologische en fysieke barrières, de invloed van de naaste omgeving en het gebrek aan tijd om leefgewoonten te veranderen. 'Geef de mensen ook praktische adviezen hoe ze meer kunnen gaan bewegen. Adviezen waar ze wat mee kunnen, want als je iemand zegt te gaan wandelen in een noem het maar criminele omgeving, dan wordt dat niks', aldus Mathus. Ze zette ook op een rijtje bij wie mensen zich kunnen laten behandelen. Er zijn commerciële instanties (zoals Weight Watchers, Nederlandse Obesitas Kliniek, Zelfstandige Behandel Centra) en (para)medische begeleiders (huisarts, diëtist, fysiotherapeut, psycholoog, diverse medische specialisten waaronder de chirurg voor bariatrische chirurgie). 'De chirurg is de allerlaatste waar obese mensen terecht komen. Chirurgische behandeling is ook de enige behandeling met een DBC (Diagnose Behandel Combinatie) die door de ziektekostenverzekering wordt vergoed.' De huisarts is gratis, de fysiotherapeut wordt niet vergoed, de vergoeding van de diëtist is vier uur per patiënt per jaar en de psycholoog vraagt naast de verzekeringsvergoeding 10-15 euro per consult. Mathus: 'Ik breek een lans om ook overgewicht te behandelen. Wat mij betreft is de hulpvraag van gemotiveerde mensen met overgewicht voldoende om hen te begeleiden.'Verschillende doelstelling zorgverlener en patiënt
Het advies aan mensen met overgewicht en obesitas is geleidelijk en langzaam gewicht te verliezen, dat wil zeggen 5-10% in zes maanden. Het streven is dat ze de gewichtsverbetering op termijn weten vast te houden. Zorgverlener en patiënt hebben een verschillende doelstelling, waarschuwde Lisbeth Mathus. 'De patiënt wil 20% gewichtsverlies in enkele weken, want dat is een cosmetische verbetering en zorgt voor lichamelijke fitheid.
Terwijl het doel van de medicus en paramedicus is een geleidelijke gewichtsverbetering van 5-10%, die je voor de rest van je leven weet te behouden. Een aanpak die zorgt voor metabole fitheid en minder comorbiditeit.' En zegt ze: 'Er is doorgaans sprake van onderrapportage als ze vertellen wat er wordt gegeten (47%, bij niet-obesen ongeveer 19%), en een overrapportage van de hoeveelheid lichaamsbeweging (51% bij obesen, 30% bij niet-obesen).' Het gewichtsverlies hoeft niet eens zo groot te zijn. Waarom die gewenste gewichtsdaling van 5-10%? 'Omdat de tensie daalt (10 mmHg systolisch, 20 mmHg diastolisch), het vetspectrum in het bloed verbetert (daling totaalcholesterolgehalte 10%, triglyceriden 30%, stijging HDLcholesterolgehalte 8%), de vruchtbaarheid bijvoorbeeld toeneemt, het cardiovasculaire risico (verminderde stollingsneiging) afneemt en er minder lichamelijke klachten zijn.' Op basis van de buikomvang en eventuele comorbiditeit worden keuzes gemaakt (zie elders op deze pagina, WHO 1998, CBO 2008).Dikke mensen eten niet gezond
Conclusie van Lisbeth Mathus: 'Als iemand op uw spreekuur komt en zegt: ik wil dit jaar 50 kg afvallen, dan bent u niet thuis. Vertel de mensen dat je al gezondheidswinst boekt met eigenlijk helemaal niet zoveel gewichtsverlies. En breng onder hun aandacht dat afvallen een zaak is van lange duur, veel geduld en af en toe een periode van terugval. Zeg ze dat mensen niet dik worden tussen kerst en Oud en Nieuw maar tussen Oud en Nieuw en kerst!' Over de eetgewoonten merkte ze nog op: 'Dikke mensen eten niet gezond. Uit eigen onderzoek blijkt dat foliumzuurdeficiëntie bij obese mensen veel voorkomt. Ze eten veel, maar ondanks het hoge calorieniveau is de hoeveelheid micronutriënten onvoldoende. Meer eten betekent niet dat mensen goed eten. Obesen zijn eigenlijk deels ondervoed.'
In de discussie werd nog benadrukt dat er enorme verschillen zijn tussen mensen. Prof. dr. Jaap van Binsbergen (zie pagina 17) wees onder meer op de verschillen in aanleg en in leefomgeving. 'Daarom zijn interventies op maat zo belangrijk. Als we ruimte creëren voor meer bewegen en meer producten die minder energie leveren, dan denk ik dat die aanpak helpt. Maar een en ander moet wel beklijven en daar heb je onder andere diëtist en psycholoog voor nodig.'
Anneke Geerts
Overgewicht en obesitas in Nederland
Prof. dr. Lisbeth Mathus-Vliegen presenteerde op het NZO-congres de aantallen Nederlanders (20 jaar en ouder) met een te hoog lichaamsgewicht. In 2009 waren dat 2.809.000 mensen met overgewicht (BMI 25-30 kg/m2); 1.038.000 met obesitas (BMI>30 kg/m2) en 64.000 met morbide obesitas (BMI>40 kg/m2). Dat zijn circa 4 miljoen Nederlanders (naast 6.809.000 mensen met een normaal gewicht). Uit cijfers uit 2004 (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) blijkt dat 41,9% van de vrouwen, 51,1% van de mannen, 16,8% van de jongens en 13,6 % van de meisjes overgewicht had. Obesitas kwam voor bij 12,1% van de vrouwen, 9,6% van de mannen, 3,3% van de jongens en 2,6 % van de meisjes.
Prof. dr. Lisbeth Mathus-Vliegen presenteerde op het NZO-congres de aantallen Nederlanders (20 jaar en ouder) met een te hoog lichaamsgewicht. In 2009 waren dat 2.809.000 mensen met overgewicht (BMI 25-30 kg/m2); 1.038.000 met obesitas (BMI>30 kg/m2) en 64.000 met morbide obesitas (BMI>40 kg/m2). Dat zijn circa 4 miljoen Nederlanders (naast 6.809.000 mensen met een normaal gewicht). Uit cijfers uit 2004 (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) blijkt dat 41,9% van de vrouwen, 51,1% van de mannen, 16,8% van de jongens en 13,6 % van de meisjes overgewicht had. Obesitas kwam voor bij 12,1% van de vrouwen, 9,6% van de mannen, 3,3% van de jongens en 2,6 % van de meisjes.
< Terug naar de lijst met artikelen uit deze uitgave

