Illustratief beeld
Naar de Zuivel en Gezondheid homepage

Transvetzuren

Het wordt steeds duidelijker dat het ene transvetzuur het andere niet is. In zuivel en vlees van herkauwers (rund- en lamsvlees) zitten natuurlijke transvetzuren als vacceenzuur, terwijl gebak, koek, snacks en harde (frituur)vetten industriële transvetzuren bevatten. Uit recent onderzoek blijkt dat het nadelige effect van transvetzuren op het cholesterolgehalte in de praktijk veroorzaakt wordt door industriële transvetzuren. De hoeveelheid natuurlijke transvetzuren in een normale consumptie van melk en vlees blijkt geen cholesterolverhogend effect te hebben (Motard-Bélanger et al, 2008). Zuivel (en vlees van herkauwers) bevat verder nog een bijzonder transvetzuur: rumenzuur. Dit is een geconjugeerde linolzuur (CLA), waaraan zelfs gezondheidsbevorderende eigenschappen worden toegeschreven.

De Gezondheidsraad heeft aangegeven dat het wenselijk is maximaal 1 energie% transvetzuren te gebruiken (Gezondheidsraad, 2006). Uit de Voedselconsumptiepeiling 1997/1998 blijkt dat de gemiddelde inname van transvetzuren in Nederland ligt op 1,7 energie% (Gezondheidsraad, 2002). Een sterke daling ten opzichte van de 4,9 energie% uit de VCP 1987/1988. De daling heeft zich verder voortgezet, als we kijken naar de resultaten van de VCP 2003 onder jongvolwassenen. Daar bleek de inname van transvet nog slechts 1,1 energie% te zijn (RIVM, 2003). Inspanningen van de industrie om het gehalte transvetzuren in hun producten te verlagen, heeft deze daling bewerkstelligd.

Melk(producten) en kaas leveren in een gemiddelde Nederlandse voeding van jongvolwassenen slechts een bescheiden bijdrage aan de inname van 1,1 energie% transvetzuren. Nog geen 20% van deze inname is afkomstig van zuivelproducten (RIVM, 2003). Vlees(producten) leveren 10% van de inname. In totaal is het aandeel van natuurlijke transvetzuren dus bijna 30% van de totale hoeveelheid transvetzuren.

Bijdragen aan de inname van transvetzuren in de Nederlandse voeding (RIVM, 2003):