Lactose-intolerantie

Deel dit artikel:

In Nederland heeft circa 6% van de volwassenen lactose-intolerantie; een overgevoeligheid voor lactose (melksuiker) in melk. Meestal is het niet nodig om melk helemaal te vermijden. Kaas en zure melkproducten als yoghurt worden vaak wel goed verdragen.

Tekort aan lactase

Bij lactose-intolerantie is er sprake van een tekort aan het enzym lactase, waardoor lactose in het lichaam niet goed wordt verteerd. De onverteerde lactose komt in de dikke darm terecht. Daar fermenteren bacteriën de lactose met als gevolg klachten als een opgeblazen gevoel, winderigheid, darmkrampen en diarree. Over het algemeen ontstaan de klachten pas bij een dagelijkse consumptie van 12-15 g lactose (een flinke beker melk: 240-300 ml).

Prevalentie lactose-intolerantie

Wereldwijd heeft ongeveer twee derde van de bevolking lactose-intolerantie. (1) In Europa is dit percentage veel lager en heeft 25% van de bevolking moeite met het verteren van lactose in de darmen. (2) Kaukasiërs, waartoe het merendeel van de Nederlandse bevolking behoort, hebben de unieke eigenschap dat de lactase-activiteit gedurende het hele leven gehandhaafd blijft. Mensen met een andere etniciteit zijn genetisch zo geprogrammeerd dat de lactaseproductie afneemt na de zoogperiode. (3) Lactose-intolerantie komt relatief vaak voor bij Afrikanen, Aziaten, Zuid-Amerikanen en Zuid-Europeanen.

Na de zuigelingenleeftijd neemt bij hen de lactaseproductie af. Lactose-intolerantie kan ook tijdelijk optreden door medicijnen, ziekte of een operatie. In dat geval is het belangrijk om na een tijdje geleidelijk weer melk(producten) te gaan gebruiken om te zien of de klachten verdwenen zijn.

Gelukkig zeer zeldzaam: een erfelijke en aangeboren vorm van lactose-intolerantie, congenitale lactose-intolerantie genoemd. Vanaf de geboorte wordt dan geen of heel weinig lactase aangemaakt. Baby’s met deze vorm verdragen ook geen moedermelk.

Voedingsadvies bij lactose-intolerantie

Meestal is het niet nodig om helemaal lactosevrij te eten. Vaak worden 1 tot 2 bekers melk per dag (totaal circa 250 ml) goed verdragen. Zeker als die hoeveelheid verdeeld over de dag en in combinatie met een maaltijd wordt gebruikt. Zure producten zoals yoghurt en karnemelk bevatten minder lactose en worden meestal goed verdragen. Nederlandse (harde) kaas zoals Goudse kaas bevat nauwelijks lactose. Dit komt doordat de lactose tijdens de rijping van de kaas volledig wordt afgebroken.

Diagnose lactose-intolerantie

Er zijn verschillende methoden om de diagnose lactose-intolerantie te stellen. In Nederland wordt meestal 1 van de volgende 3 onderzoeken gedaan: de Waterstof-ademtest, de Lactose Tolerantie Test (LTT) of de Eliminatie-provocatie test.

  • Waterstof-ademtest: Bij dit onderzoek wordt de hoeveelheid waterstof (H2) vóór en na het drinken van een suikeroplossing met lactose in de uitgeademde lucht gemeten. Bij lactose-intolerantie produceren darmbacteriën waterstofgas, dat in de uitgeademde lucht terecht komt;
  • Lactose Tolerantie Test (LTT): Bij dit onderzoek wordt een bepaalde hoeveelheid lactose gegeven. Als het bloedglucosegehalte hier niet door stijgt, is de lactose niet goed verteerd en is er sprake van lactose-intolerantie;
  • Eliminatie-provocatie test: Als na een lactosevrije periode de klachten verdwenen zijn, worden producten met lactose weer geïntroduceerd in de voeding. De diagnose lactose-intolerantie kan gesteld worden als de klachten terugkeren.
Referenties
1 Voedingscentrum 2016
2 Kranen, van, H.J. (2013). Genetische factoren: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, 26 september 2013. Verkregen via www.nationaalkompas.nl.
3 Schaafsma, G. (2008). Lactose and lactose derivatives as bioactive ingredients in human nutrition. International Dairy Journal (2008), 18: 458-465.